Asielzoekers en vluchtelingen in Maldegem

25
mrt
2016

Oorlog

Het oorlogsgeweld in zoveel landen in de wereld dwingt massa’s mensen hun land te ontvluchten.  Sommigen riskeren hun leven en trotseren psychische en fysische pijn om tot in ons land te geraken, op zoek naar een menswaardig leven.

Lokaal opvanginitiatief

Momenteel worden er 69 kandidaat-asielzoekers opgevangen in een lokaal opvanginitiatief op acht locaties, verspreid over de gemeente.  In de loop van de maand maart werden twee bijkomende woningen in gebruik genomen.  Daar zullen nog eens een tiental mensen ondergebracht worden in uitvoering van het federaal opgelegde spreidingsplan.

Om een kwaliteitsvolle opvang te blijven verzekeren, werd het team maatschappelijk werkers uitgebreid met één voltijds medewerker, zodat momenteel vier mensen instaan voor de begeleiding.  Binnen het team werd bovendien iemand aangeduid om specifiek:

  • te kunnen inzetten op de organisatie van taallessen en vorming,
  • werk te maken van verdere en doorgedreven samenwerking met de Maldegemse scholen
  • vorm te geven aan het vrijwilligerswerk en de zinvolle tijdsbesteding van de kandidaat-asielzoekers.

Mensen zoals jij en ik

Onze reporter trok op pad om enkele vluchtelingen die in Maldegem onderdak kregen, beter te leren kennen.   Benieuwd hoe zij aankijken tegen onze (westerse) wereld, onze gemeente en de mensen van bij ons.   Reporter M. kwam in contact met drie jonge vluchtelingen, één uit Gaza en twee uit Syrië. 

Interview met Talab Eslehe, een 24-jarige Palestijn uit Gaza.

Talab, waarom ging je weg uit jouw land ?

Ik kon niet langer tegen de voortdurende staat van angst en oorlogsgeweld in mijn land.  Zoals het er nu is, heb ik daar ook geen enkele toekomst.  Ik werkte er in de groenteteelt en in de bouw, maar het werd steeds gevaarlijker en moeilijker.

Jij praat al goed Nederlands, Talab. Hoelang ben je al in België ?

Sinds anderhalf jaar verblijf ik in jullie land.  Een neef is reeds langere tijd in Gent en hij verzekerde mij dat het rustig en goed is in België, met heel vriendelijke mensen.  Eerst verbleef ik een half jaar in Libramont (Wallonië), maar Frans leren vond ik moeilijker en ik kwam graag dichter bij mijn neef.  Zo ben ik nu bijna één jaar in Maldegem, ik volg de cursussen Nederlands en dat gaat goed.  Ik besef dat ik de taal goed moet kennen om met de mensen hier te kunnen praten en vrienden te maken. 

Heb je nog regelmatig contact met je familie in Palestina ?

Natuurlijk, twee maal per week via internet, smartphone of skype.  Familie is héél belangrijk bij ons.  Ik mis natuurlijk mijn moeder, jongere broer en zussen en zij missen mij heel erg.  Het zou fijn zijn als ze mij eens mochten bezoeken hier.

Hoe ervaar jij de mensen van hier, Talab ?  Bij je blij met je opvangplek in Maldegem ?

Jazeker, de ontvangst door de mensen van het OCMW is zo vriendelijk en hartverwarmend.  Met de andere jongens en mannen waarmee ik samen leef, heb ik veel plezier.  Moeilijker is het om vrienden te maken met de mensen van hier.  Ze zijn zeker niet onvriendelijk, maar ze lijken een beetje bang van ons.  Op de bus komt bijna nooit iemand naast me zitten.  Dat maakt me soms verdrietig en een beetje boos.  Ik ben jong en wil graag Nederlands praten en plezier maken …

Wat wil jij hier graag realiseren met het oog op jouw toekomst, waarvan droom jij ?

Ik wil graag een opleiding “lassen” volgen en daarmee proberen aan werk te raken.  Heel graag zou ik zelf geld verdienen en dan werk maken van mijn grootste droom: een gezin stichten.  De meeste vrienden in mijn land zijn al getrouwd en hebben al kindjes.  Wat raar is hier voor mij dat verliefde jongens en meisjes op de bus en langs de straat elkaar kussen.  Dat mag niet in het openbaar in mijn land.  En de mensen hebben hier dikwijls maar één of twee kindjes, dat begrijp ik niet.

Talab, bedankt voor dit openhartig gesprek en veel geluk in de toekomst.

Interview met Housam Alkhlef, een 24-jarige onderwijzer en Ziad Aldiab, een 32-jarige groenteteler en markverkoper, beiden uit Syrië.

Housam en Ziad, jullie zijn als neef (H) en nonkel (Z) samen uit Syrië naar België gekomen.  Hoe zijn jullie in Maldegem terechtgekomen ?

Wij komen uit een dorp, Idleb, op 20 km van Aleppo.  De vreselijke oorlogstoestand in Syrië en de vele terroristische  groeperingen die overal soldaten willen ronselen, hebben ons doen vluchten uit ons land.  Het was dit of gedwongen soldaat/terrorist worden en ons leven riskeren.  Tot voor de revolutie hadden wij een goed, rustig leven in Syrië.  Nu zijn wij daar nergens meer veilig en met pijn in ons hart hebben wij onze familie verlaten.

(Ziad)  Ik ben getrouwd en heb mijn vrouw Anfal en dochter en drie zoontjes moeten achterlaten.  De reis naar hier was veel te gevaarlijk om hen mee te nemen, ze zouden het misschien niet overleefd hebben.  Dat kan ik niet op mijn geweten hebben, maar ik mis hen heel erg.

(Housam)  Ik ben de oudste zoon in een gezin met vier kinderen.  Ik studeerde drie jaar aan de universiteit in Homs en één jaar in Aleppo voor leraar Engels.  Intussen werkte ik als leraar Engels in een lagere school, voor kinderen van 6 tot 12 jaar.  De laatste tijd werd het te gevaarlijk om les te geven, veel scholen sloten hun deuren en ik heb nu geen uitzicht op een toekomst als leraar in Syrië.

Met mijn nonkel Ziad vluchtte ik naar Europa.  De reis ging per boot via Samos naar Athene, dan via Macedonië en Servië naar Hongarije en tenslotte met de auto van Oostenrijk naar België.  We verbleven één week in Brussel en werden van daaruit naar Maldegem gestuurd.

Zijn jullie tevreden met de huisvesting in de gebouwen van het voormalig rusthuis en hoe verlopen jullie contacten met de sociale werkers van het OCMW ?

We zijn heel dankbaar voor wat we hier krijgen.  België is een mooi en goed land voor ons.  Onze kamers zijn perfect, wij vragen niet meer.  Het OCMW en vooral Kay, Quirien en de andere sociale werkers helpen ons op een vriendelijke manier om hier onze weg te vinden en proberen te integreren.

Hoe ziet jullie dagindeling er ongeveer uit ?

Vier voormiddagen per week gaan we met de bus naar Brugge om Nederlands te leren.   Elke namiddag gaan we om beurt twee uur als vrijwilliger helpen in het woonzorgcentrum.  We helpen er de verplegers met allerlei taken voor de senioren.  Ondertussen kunnen we ook daar ons Nederlands oefenen.  We doen dit heel graag, het is slechts een kleine wederdienst voor wat we hier krijgen …

Wat zijn jullie dromen voor de nabije toekomst ?

(Ziad) Ik hoop dat mijn vrouw en kinderen mij mogen nareizen.  Ze zijn nu veilig bij mijn broer in Syrië, maar we missen elkaar heel erg.  Ik wil hier graag een job zoeken om in het onderhoud van mijn eigen gezin te voorzien, maar zodra de oorlog in Syrië voorbij is en het er weer veilig is, wil ik liefst terug naar mij land.

(Housam)  Met mijn diploma van leraar wil ik van mijn verblijf hier gebruik maken om zoveel mogelijk bij te studeren.  Ik leer elke dag om het Nederlands zo goed mogelijk te praten en te schrijven.  Dat lukt goed.  Graag zou ik nog mijn kennis van de Engelse taal verbeteren.  Mijn droom is om aan een universiteit of hogeschool hier verder talen te studeren.  Het onderwijssysteem in België is zoveel beter dan bij ons.  Hier gaan kindjes al  naar school vanaf drie jaar; bij ons pas vanaf zes jaar.  De lessen Nederlands die wij volgen zijn zeer goed en gestructureerd.  Met een hoger diploma van bachelor of master Engels en Nederlands zou ik als een bekwamer leraar naar Syrië kunnen teruggaan.  Mijn vader zou heel trots zijn op mij, hij is zelf leraar Arabisch.

Hoe kijken jullie naar onze leefgewoonten en cultuur en hoe zien jullie ons ?

(Ziad) De mensen zijn echt heel vriendelijk, zeker als ik ze in jullie taal probeer aan te spreken.  We zijn erg dankbaar voor wat jullie voor ons doen.  Familie en vriendschap zijn belangrijke waarden in Syrië.  Housam knikt instemmend: België is voor mij het perfecte land: rustig, veilig en mooi.  Brugge is voor mij de mooiste stad.  Ook veel bomen en groen hier.  Maar jullie levensstandaard is veel hoger dan bij ons.  Het zou heel moeilijk zijn om met ons inkomen hier een huis te huren of te kopen.  Ook jullie eetgewoonten verschillen nogal van de onze, wij hebben niet zo’n vaste uren om te eten en eten meer met de vingers, dus kijken we goed hoe jullie eten met mes en vork om niet onbeleefd over te komen.  Net als mijn Palestijnse vriend Talab hier vind ik het ook wel een beetje vreemd dat getrouwde koppels hier niet zoveel kinderen hebben als bij ons.

Housam en Ziad, bedankt voor dit gesprek.  Hopelijk komt er vlug een einde aan de oorlog in Syrië en kunnen jullie opnieuw verenigd worden met jullie familie.  Ondertussen hoop ik dat jouw droom om in België nog een diploma te halen, mag vervuld worden, Housam.